Keizersnede (Sectio Caesarea)
Voor veel vrouwen is het een tegenslag als ze horen dat een keizersnede noodzakelijk is. Je moet verplicht naar het ziekenhuis en dat kan een grote teleurstelling wezen voor als je graag thuis had willen bevallen.

Wanneer er wordt gekozen voor een keizersnede (sectio Caesarea), zal de baby via deze operatie via de buikwand ter wereld komen. Over het algemeen duurt deze operatie 3 kwartier, het kan wat langer duren (denk aan complicaties) of iets korter (wanneer de baby bijvoorbeeld zo spoedig mogelijk uit de baarmoeder vandaan moet). Meestal zal de baby binnen 15 minuten nadat de operatie is begonnen ter wereld komen. Na de geboorte van de baby maakt de arts de baarmoeder weer dicht, evenals de verschillende lagen van de buikwand.
Redenen voor een keizersnede
Een keizersnede kan complicaties met zich meebrengen, daarom zal deze alleen worden uitgevoerd als er een goede reden voor is. Goede redenen kunnen zijn:
- Het bekken van de vrouw is te nauw voor het hoofdje.
- Het kind ligt dwars in de baarmoeder.
- De placenta ligt voor de baarmoedermond.
- De navelstreng is al voor de geboorte zichtbaar.
- Er komt maar geen ontsluiting.
- De moeder is extreem angstig voor de bevalling.
- De gezondheid van de baby is in gevaar.
- De gezondheid van de moeder laat een normale bevalling niet toe.
- Meerlingzwangerschappen met een ongunstige ligging van de baby's.
- Een mislukte kunstverlossing.
- meerdere keizersnedes, waardoor de baarmoeder door het al bestaande litteken verzwakt is, een enkele eerder keizersnede is in principe geen indicatie voor een nieuwe keizersnede
- een totaal perineum ruptuur bij een eerdere geboorte, waarna een slechte wond genezing met incontinentie van ontlasting als gevolg.
- Een infectie van het baringskanaal met een voor het kind gevaarlijk virus.
- Een afwijkende hoofdligging van de baby (b.v. voorhoofdsligging)
- Een slecht functionerende placenta.
Een geplande keizersnede (primaire keizersnede)
Soms is het al voor de zwangerschap of bevalling duidelijk dat je, zodra het grote moment daar is, moet bevallen door middel van een keizersnede.Dit kan zijn als je ooit een operatie hebt gehad in verband met een ernstige verzakking van de baarmoeder. In andere gevallen blijkt dat tijdens de zwangerschap een keizersnede nodig is, bijvoorbeeld als de placenta (moederkoek) voor de baarmoedermond ligt, als er complicaties zijn, zoals een onvoldoende functionerende placenta, of als een vleesboom de indaling van de baby verhinderd.
Een keizersnede tijdens de bevalling
Er wordt van een secundaire keizersnede gesproken, wanneer tijdens de bevalling blijkt dat deze operatie noodzakelijk is. De meest voorkomende redenen zijn dat de bevalling maar niet wil vorderen en/of dat de baby zuurstof gebrek dreigt te krijgen. Het is mogelijk dat de bevalling niet wil opschieten tijdens de ontsluiting of de uitdrijving. Wanneer de ontsluiting onvoldoende vordert, neemt het aantal centimeters ontsluiting niet voldoende toe. Bij onvoldoende vordering van de uitdrijving is er te weinig indaling van het hoofdje of de billen van de baby in het bekken. Wanneer de harttonenregistratie op een CTG (cardiotocogram) té lang, of ernstig afwijkt, kan dit een teken wezen van dreigend zuurstoftekort bij de baby. In veel gevallen wordt dan wat bloed van de hoofdhuid van de baby afgenomen, om zo te bepalen of de baby nog voldoende zuurstof krijgt. Dit onderzoek heet een microbloedonderzoek.
Voorbereiding
Een keizersnede is een operatie en voor elke operatie geld dat er vooraf lichamelijk onderzoek wordt gedaan en dat er vragen worden gesteld over de gezondheid. Er wordt bloedonderzoek gedaan en er wordt besproken wat voor verdoving je krijgt, een algehele narcose (anesthesie) of een ruggenprik. Welke van de twee methoden geadviseerd wordt, is onder andere afhankelijk van de reden voor de keizersnede, de mate van spoed, en de gebruikelijke gang van zaken in het ziekenhuis. Meestal kun je vooraf een kijkje nemen op de afdeling waar je komt te liggen en krijg je informatie mee. Vaak scheert de verpleegkundige het schaamhaar gedeeltelijk weg. Op de afdeling krijgt u een operatiehemd aan. Kort voor de operatie wordt u naar de operatieafdeling gebracht. U mag dan geen sieraden, haarspelden of make-up hebben; contactlenzen of een kunstgebit moet u uitdoen. De blaas moet leeg zijn, daarom brengt een verpleegkundige een blaaskatheter aan, zodat de urine kan wegstromen, de urine wordt in een zak opgevangen. Wanneer het gaat om een keizersnede tijdens de bevalling of een spoedkeizersnede, gebeuren de noodzakelijkste voorbereidingen in een snel tempo. Je kunt mogelijk een vloeistof te drinken krijgen om het maagzuur te neutraliseren. Het kan gebeuren dat er zelfs geen tijd meer is om eventuele sieraden af te doen en dat je de lenzen gewoon nog in hebt. Mogelijk heb je nog je eigen helmpje of shirtje aan.
De verdoving
Zoals gezegd is er keuze uit 2 soorten verdoving. Een algehele narcose (anesthesie) of een ruggenprik. Bij een narcose slaap je tijdens de keizersnede. Deze wordt zo gegeven dat de baby zo min mogelijk aan medicatie, zoals slaapmiddelen en pijnstilling via de placenta binnenkrijgt. De medicatie voor de narcose wordt via een infuus toegediend. Terwijl je onder narcose bent, heb je een buisje in de luchtpijp voor de beademing. Pijn voel je niet en je wordt pas wakker gemaakt als de gehele keizersnede achter de rug is, dus als de baby én placenta zijn geboren.
Bij een ruggenprik spuit de anesthesist een verdovende vloeistof tussen de ruggenwervels. Vaak wordt eerst de huid plaatselijk verdoofd. De ruggenprik zelf is dan nauwelijks meer te voelen. Nadat de verdovende vloeistof is ingespoten zal je onderlichaam en benen al snel gevoelloos raken. Een enkele keer kan je korte tijd misselijk zijn, dit komt door een bloeddrukdaling. Een groot voordeel van een ruggenprik is dat je de geboorte van je baby bewust meemaakt. Ook heb je tijdens de operatie geen pijn, wel kan je voelen dat er wat wordt getrokken of geduwd op de buik. In een enkel geval reikt de verdoving iets hoger dan het onderlichaam, hierdoor kan je het gevoel krijgen dat ademen steeds lastiger wordt. Dit kan geen kwaad, de anesthesist zal je waarschijnlijk wat zuurstof via een kapje geven, waardoor je vrijwel direct weer opknapt.
De keizersnede
In principe mag de partner altijd aanwezig zijn bij de keizersnede, wel zal hij pas binnenkomen als alle voorbereidingen zijn getroffen, dus vlak voor het moment dat de operatie begint. Vrijwel altijd maakt de gynaecoloog een horizontale snede (bikinisnede) van 10 tot 15 cm, vlak boven het schaamhaar. Soms is er een uitzondering en wordt er een snede van de navel naar beneden gemaakt. Na de snede in de huid worden het vet onder huid en een laag verstevigend bindweefsel boven de buikspieren doorgesneden. De lange buikspieren die van de ribbenboog naar beneden lopen, worden opzij geschoven. Vervolgens wordt de buikholte geopend. De blaas ligt voor een gedeelte over de baarmoeder en wordt losgemaakt van de baarmoeder. Hierna haalt de gynaecoloog, meestal via een dwarse snede in de baarmoeder de baby naar buiten. Bij een operatie moet alles steriel blijven, om die reden kan de vader niet de navelstreng van de baby doorknippen. Gelijk na het doorknippen van de navelstreng, krijg je via het infuus meestal een antibioticum en een medicijn om de baarmoeder te laten samentrekken. Zodra de placenta is geboren, begint de gynaecoloog met het hechten van de baarmoeder en de verschillende lagen van de buikwand.
De baby is geboren
Meestal wordt de baby direct na de geboorte onderzocht door de kinderarts. Wanneer het een geplande keizersnede betreft en er in principe geen problemen worden verwacht, kan het onderzoek van de baby door de kinderarts soms pas later plaatsvinden. Dit is mede afhankelijk van de reden van de keizersnede, de zwangerschapsduur, de toestand van de baby en de ziekenhuisgewoontes, deze bepalen ook of de baby in een couveuse of in een gewoon bedje wordt gelegd.
Na de keizersnede
Na de keizersnede worden bloeddruk, polsslag, bloedverlies en de hoeveelheid urine regelmatig gecontroleerd. Via het infuus zal je vocht toegediend krijgen. Bij een ruggenprik heb je zeker de eerste uren na de operatie nog geen controle over je benen, dit zal geleidelijk aan weer terugkomen. De blaaskatheter kan een wat naar gevoel geven, maar deze wordt meestal een dag na de operatie verwijderd. In een enkel geval wordt tijdens de operatie een wonddrain aangebracht, dit is een slangetje waar door overtollig bloed kan weglopen. Na 1 of 2 dagen wordt deze drain weer verwijderd. Je zult 1 of 2 maal per dag een injectie krijgen met een bloedverdunnend middel (heparine), dit is om trombose te voorkomen. De dag na de operatie wordt meestal wat bloed afgenomen om te kijken of je bloedarmoede hebt. Soms kan je zoveel bloed zijn verloren dat een bloedtransfusie nodig is, dit komt gelukkig niet vaak voor. Na enkele dagen beginnen de darmen weer te werken. Kort na de keizersnede heb je vaak pijn aan de wond en kan je last hebben van pijnlijke naweeën. Hier worden pijnstillers tegen gegeven. De buikwand zal pijnlijk zijn, niet alleen ter hoogte van het litteken, maar ook hoger, zo ongeveer tot aan de navel. Dit komt omdat onder de huid de snede in de buikwand verticaal loopt, van navel tot schaambeen. Bij het hechten wordt over het algemeen gebruik gemaakt van materiaal dat uit zichzelf oplost. Andere hechtingen, of nietjes worden na ongeveer een week verwijderd. Weer thuis Het verdere herstel van de keizersnede vindt thuis plaats. De tijd die nodig is voor het herstel is vaak langer dan na een vaginale bevalling. Niet alleen ben je (opnieuw) moeder, je moet ook genezen van een operatie. Een veel voorkomende klacht is vermoeidheid, je kunt je daar het beste zoveel mogelijk aan toegeven. Soms wordt aanvullende kraamzorg vergoedt door de verzekering. Gezinshulp kan prettig zijn in een druk huishouden. Na de eerste weken kan je geleidelijk aan weer iets meer doen, zwaar tillen kan je zeker de eerste 6 weken beter nog niet doen. Mocht er nog wat bloed of vocht uit de wond komen, kan je dit het beste onder de douche schoonspoelen, voorzichtig drogen en een droog gaasje eroverheen doen, om kleding te beschermen. Met buikspieroefeningen kan je 6 tot 8 weken na de keizersnede weer beginnen, de verschillende lagen van de buikwand zijn dan goed genezen. Aan de zijkant van het litteken kan je de eerste tijd soms een trekkend gevoel hebben van inwendige hechtingen. Dit kan verder geen kwaad. Wacht met het hebben van gemeenschap in ieder geval tot de bloederige afscheiding verdwenen is. Je kan vrij lang een "doof" gevoel hebben rond het litteken, dit komt omdat bij een bikinisnede de zenuwen in de buikwand zijn doorgesneden. Boven dit gebied met een doof gevoel is er vaak halverwege de navel een gebied dat juist extra gevoelig is. Het kan 6 tot 12 maanden duren voor het gevoel in de buikwand weer helemaal normaal is. Complicaties Ook een keizersnede kan complicaties met zich meebrengen. Gelukkig zijn ernstige complicaties zeldzaam, hieronder lees je de meest voorkomende complicaties
- Blaasontsteking - Een enkele keer komt na een keizersnede een blaasontsteking voor. Daarom wordt de urine vaak in het ziekenhuis gecontroleerd. Zo nodig krijgt je een antibioticum.
- Bloedarmoede - Bij elke keizersnede is er bloedverlies. Bij ruim bloedverlies ontstaat er bloedarmoede. Niet zelden is na afloop een bloedtransfusie of het gebruik van ijzertabletten noodzakelijk. Bij een voorliggende moederkoek (placenta praevia) is de kans op fors bloedverlies en een bloedtransfusie groot.
- Bloeduitstorting in de wond - Een onderhuidse bloeduitstorting in de wond ontstaat doordat een bloedvaatje in het vet onder de huid blijft nabloeden. De kans hierop is groter als de bloedstolling bij een keizersnede afwijkend is, bijvoorbeeld bij weinig bloedplaatjes als gevolg van een ernstig verhoogde bloeddruk.
- Nabloeding in de buik - Een nabloeding is een zeldzame complicatie van een keizersnede. Bij een ernstige hoge bloeddruk waarbij het bloed minder goed stolt, komt een nabloeding vaker voor. Een enkele keer is een tweede operatie noodzakelijk.
- Darmen die niet goed op gang komen (ileus) - Na een keizersnede moeten de darmen weer op gang komen. In zeldzame gevallen gebeurt dit niet of te traag. Er verzamelt zich dan vocht in maag en darmen, wat leidt tot misselijkheid en braken. Een maagsonde kan dan nodig zijn om dit vocht af te voeren. Pas daarna komen de darmen op gang. Deze complicaties komen gelukkig weinig voor.
- Een beschadiging van de blaas - Een beschadiging van de blaas is een zeldzame complicatie. De kans hierop is wat groter als u al verschillende malen een keizersnede hebt ondergaan. Er kunnen dan verklevingen rond de blaas zijn. Het is goed mogelijk een blaasbeschadiging te hechten. Wel hebt u vaak langer een katheter nodig.
- Infectie - Een infectie van de wond komt een enkele keer voor. De kans hierop is wat groter bij een keizersnede na een langdurige bevalling. Om een infectie te voorkomen, krijgt je vaak tijdens de operatie een antibioticum toegediend.
- Trombose - Bij elke operatie en na elke bevalling is er een verhoogd risico op een trombose. Om dit te voorkomen krijgt je bloedverdunnende middelen zolang je nog niet zoveel uit bed bent.
Een gynaecoloog kan je het beste adviseren over wanneer je weer zwanger zou mogen worden. Of een volgende keer weer een keizersnede nodig is, hangt af van de reden van deze keizersnede. Dit kan je allemaal bespreken op de nacontrole. Vaak is bij een volgend kindje geen keizersnede nodig, je zult wel een medische indicatie krijgen om in het ziekenhuis te bevallen.