Bij een inleiding wordt een bevalling kunstmatig op gang gebracht. Een inleiding vindt altijd plaats in een ziekenhuis onder de verantwoordelijkheid van een arts (gynaecoloog).
De gynaecoloog adviseert een inleiding als wordt verwacht dat de situatie voor de baby gunstiger is buiten de baarmoeder.
Slechts 4 procent van alle baby’s wordt geboren op de uitgerekende dag. De meeste baby’s worden geboren tussen week 37 en week 42. Pas je baby na 42 weken nog niet is geboren, is je baby te laat.
Redenen om een bevalling in te leiden
Langdurig gebroken vliezen
Het breken van de vliezen is vaak het eerste teken dat de bevalling is begonnen. Men spreekt van langdurig gebroken vliezen, als de vliezen langer dan 24 uur zijn gebroken. Omdat er meer kans op infectiegevaar bestaat, wordt een ziekenhuisbevalling geadviseerd. Bij langdurig gebroken vliezen is het verstandig de temperatuur op te nemen. Bij koorts (meer dan 38 graden C) moet u contact opnemen met de verloskundige of gynaecoloog. Als de vliezen langer dan drie dagen gebroken zijn bij een voldragen zwangerschap, is er weinig kans dat de ween nog spontaan op gang komen. Een inleiding wordt meestal geadviseerd tussen 24 uur en 48 uur, na het breken van de vliezen.
Overtijd lopen
Men spreekt van “overtijd lopen”, als de vrouw 2 weken na de uitgerekende datum nog niet is bevallen (serotiniteit). Door middel van een echo wordt de hoeveelheid vruchtwater bekeken. Ook wordt er een CTG (cardiotocogram) gemaakt, een registratie van de harttonen van de baby. Wanneer uit deze onderzoeken blijkt, dat de conditie van de baby achteruit gaat, zal de gynaecoloog de bevalling inleiden.
Slechter werkende placenta
Door bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk of suikerziekte tijdens de zwangerschap, kan de placenta minder goed gaan functioneren. De baby krijgt de zuurstof en voeding via de placenta, wanneer de baby te weinig krijgt, wordt de bevalling ingeleid.
Baby loopt achter met groeien
Als de gynaecoloog of verloskundige vermoedt dat de baby te weinig groeit, zal er onderzoek gedaan worden door middel van een echo en een CTG. Dit is om te kijken of de baby inderdaad achterloopt in de groei en om de conditie van de baby te beoordelen. Bij onvoldoende groei, of wanneer de conditie van de baby achteruit gaat, kan de gynaecoloog een inleiding adviseren.
Zwangerschapsvergiftiging
Wanneer de vrouw een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging heeft, is er maar n manier om verdere gevolgen tegen te gaan en dat is om de baby geboren te laten worden. Dit gebeurd bij voorkeur wanneer de baby zonder ernstige gevolgen buiten de baarmoeder kan leven. Dit is gemiddeld vanaf week 29 van de zwangerschap.