Veel melk, onrustige baby: wat is overproductie en wat kun je doen?

Veel melk, onrustige baby: wat is overproductie en wat kun je doen?
  • in Baby
  • 0
  • 83
  • 2 uur

Over borstvoeding en te weinig melk is veel te vinden. Logisch, want veel moeders maken zich zorgen of hun baby wel genoeg binnenkrijgt. Maar wat als je juist aan de andere kant zit? Als je borsten steeds overvol voelen, je baby zich verslikt, loslaat of onrustig wordt zodra de melk begint te stromen? Dan kan borstvoeding ineens helemaal niet voelen als dat rustige, intieme moment waar je misschien op had gehoopt.

Zeker in die eerste weken na de geboorte kan dat veel onzekerheid geven. Maak ik te veel melk aan? Doe ik iets verkeerd? En waarom lijkt mijn baby zo te worstelen aan de borst, terwijl ik juist zo graag borstvoeding wil geven?

Volgens lactatiekundige Geerte van den Broek van de Borstvoeding Academie is het belangrijk om eerst een veelvoorkomend misverstand uit de weg te ruimen. Veel melk hebben is namelijk niet altijd hetzelfde als overproductie. “In de praktijk worden een sterke toeschietreflex en overproductie regelmatig door elkaar gehaald, terwijl het twee verschillende dingen zijn. Dat onderscheid is belangrijk, omdat de aanpak ook anders is.”

Veel melk of een sterke melkstroom?

Het verschil tussen een sterke melkstroom en overproductie is niet altijd makkelijk te herkennen. Als je baby zich verslikt, onrustig drinkt of steeds loslaat, denk je al snel: ik maak gewoon veel te veel melk aan. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Van den Broek: “Veel moeders komen bij mij met de vraag: ‘Ik denk dat ik te veel melk heb, wat nu?'. Als ik vervolgens doorvraag, blijkt het soms vooral te gaan om een krachtige melkstroom tijdens het toeschieten. Dat kan heel vervelend zijn, maar betekent niet automatisch dat er sprake is van een overproductie.”

Bij een sterke toeschietreflex komt de melk niet rustig op gang, maar ineens met volle vaart. Je baby wil drinken, maar moet ondertussen ook slikken, ademhalen en het tempo zien bij te houden. Voor zo’n klein lijfje kan dat best overweldigend zijn. Geen wonder dat je baby loslaat, schrikt, huilt of zich verslikt. “Wat ik ouders vaak uitleg, is dat onrust aan de borst niet altijd betekent dat de baby de borst niet fijn vindt. Soms is de melkstroom juist zo krachtig dat de baby moeite heeft om het tempo bij te houden. Dat kan leiden tot loslaten, huilen, happen naar de borst of veel slikken en verslikken.”

Wat kun je doen bij een heftige melkstroom?

Als je baby zich vooral aan het begin van de voeding verslikt of loslaat, speelt een sterke toeschietreflex vaak een rol. Dan kan de houding al verschil maken. “Het probleem is meestal niet de borstvoeding zelf, maar de manier waarop de melk wordt aangeboden”, zegt Van den Broek. Ze adviseert vaak om iets achterover te leunen tijdens het voeden. Zo werkt de zwaartekracht minder mee en komt de melk minder hard richting je baby. Ook kan het helpen om je baby meer bovenop je lichaam te leggen, in plaats van recht tegenover de borst. Sommige moeders vangen de eerste krachtige straaltjes melk even op in een doekje en leggen hun baby daarna opnieuw aan. Dat klinkt simpel, maar kan soms net genoeg rust geven. Belangrijk: het doel is niet om alles perfect te doen. Het doel is dat jij en je baby samen weer wat meer ontspanning vinden. Soms is dat een andere houding, soms een ander moment van aanleggen en soms begeleiding bij de melkproductie zelf.

Wanneer is het wél overproductie?

Van echte overproductie spreek je volgens Van den Broek wanneer je lichaam structureel meer melk aanmaakt dan je baby nodig heeft. Daarbij zie je vaak meerdere signalen tegelijk, zoals:

  • Borsten die bijna voortdurend vol aanvoelen
  • Regelmatig stuwing
  • Extreem lekken
  • Steeds terugkerende verstopte melkkanaaltjes

Sommige moeders krijgen zelfs meerdere keren een borstontsteking. Ook je baby kan signalen laten zien. “Denk aan veel verslikken, onrust aan de borst, veel lucht binnenkrijgen, darmkrampjes of juist een heel snelle gewichtstoename”, zegt de lactatiekundige. Toch blijft het soms lastig om zelf te bepalen wat er speelt.

Hoe rem je overproductie veilig af?

Wanneer er echt sprake is van overproductie, wil je vaak maar één ding: minder volle borsten, minder stress en een baby die rustiger kan drinken. Toch is het belangrijk om niet te snel te hard in te grijpen. Je productie ineens sterk afremmen kan zorgen voor stuwing, verstopte melkkanalen of een borstontsteking. Kies daarom liever voor een rustige aanpak. “Het doel is niet om de productie zo snel mogelijk te verlagen, maar om het systeem rustiger te laten worden zodat moeder en kind weer comfortabel kunnen voeden.”

Wat voor jou werkt, hangt af van je situatie. Daarom is persoonlijk advies belangrijk, zeker als je pijn hebt, terugkerende harde plekken voelt of al eens een borstontsteking hebt gehad. Soms zijn kleine aanpassingen genoeg en soms is er meer nodig. Maar je hoeft het niet allemaal alleen uit te zoeken.

Kolven lijkt soms de oplossing, maar kan ook verwarrend zijn

Kolven kan op sommige momenten helpend of nodig zijn, maar bij overproductie ligt het gevoelig. “Je lichaam werkt namelijk volgens vraag en aanbod. Hoe meer melk er wordt verwijderd, hoe meer je lichaam denkt dat er nodig is”, legt ze uit. Daardoor kan veel kolven de productie juist verder aanjagen. Ook grote hoeveelheden wegkolven om 'de druk eraf te halen' kan daarom averechts werken.

Natuurlijk wil je pijnlijke stuwing voorkomen en moet je klachten serieus nemen, maar het is vaak zoeken naar een middenweg. Net genoeg verlichting, zonder je lichaam het signaal te geven dat er nóg meer melk gemaakt moet worden. Daarom is het slim om bij echte klachten begeleiding te zoeken. Niet omdat je faalt, maar omdat het systeem soms even geholpen moet worden om rustiger te worden.

Wanneer moet je opletten?

Volle borsten horen in de eerste periode soms bij het op gang komen van de borstvoeding, maar klachten moeten wel serieus genomen worden. Let extra op bij pijnlijke harde plekken, roodheid, koorts, grieperig gevoel of een borst die warm en pijnlijk aanvoelt. Ook terugkerende verstoppingen zijn een reden om hulp te vragen. Wacht liever niet tot je volledig vastloopt. Een lactatiekundige kan meekijken met de voeding, beoordelen of er sprake is van overproductie of vooral een sterke toeschietreflex en helpen om een aanpak te vinden die past bij jou en je baby.

De onzekere beginperiode

Juist in de eerste weken na de geboorte kan het geven van borstvoeding veel met je doen. Je bent aan het herstellen, je hormonen vliegen alle kanten op, je baby is nog klein en alles is nieuw. Misschien had je gehoopt op rustige voedingsmomenten samen, maar voelt elke voeding als gedoe. Je baby huilt, jij zit gespannen, je borsten doen pijn en ondertussen vraag je je af of je het wel goed doet.

Die onzekerheid is heel begrijpelijk. Borstvoeding geven is niet alleen voeding geven. Voor veel moeders is het ook nabijheid, troost, hechting en een moment waarop je even samen in jullie eigen bubbel zit. Als dat moment steeds eindigt in verslikken, huilen of loslaten, kan dat behoorlijk binnenkomen. Sommige moeders stappen daarom over op kolven en flesjes geven. Niet omdat ze dat per se wilden, maar omdat het rustiger lijkt.

Uit een fles lijkt het drinken soms rustiger te gaan, waardoor het kan voelen alsof dat de enige oplossing is. Tegelijk kan het verdrietig zijn als je juist zo graag aan de borst wilde voeden. Van den Broek herkent dat gevoel. “Ik spreek regelmatig vrouwen die zeggen: ‘Ik wilde juist zo graag genieten van de borstvoeding, maar mijn baby wordt boos aan de borst en met een fles gaat het veel rustiger.’ Dat gevoel van teleurstelling mag benoemd worden.”

Je baby wijst jou niet af

Misschien wel de belangrijkste geruststelling: een baby die huilt, loslaat of onrustig drinkt, wijst jou niet af. Je baby zegt niet dat jouw borst niet goed is. Je baby probeert alleen duidelijk te maken dat drinken op dat moment lastig is. Dat is een wereld van verschil. Een moeilijke start betekent dus niet automatisch dat borstvoeding aan de borst niet voor jullie is weggelegd. Veel moeders en baby’s moeten elkaar in het begin nog leren kennen. Jouw lichaam zoekt naar balans, je baby leert drinken en samen moeten jullie ontdekken wat werkt. “Een moeilijke start door een sterke melkstroom of overproductie betekent niet automatisch dat rechtstreeks voeden niet mogelijk is. In veel situaties zijn er oplossingen waardoor moeder en baby elkaar weer beter kunnen vinden aan de borst.”

En misschien is dat precies wat goed is om te weten in die eerste weken. Je hoeft niet alleen maar door te bijten, maar je hoeft ook niet meteen te stoppen met voeden aan de borst. Als borstvoeding moeilijk loopt, is daar vaak een reden voor. Met goede begeleiding en kleine aanpassingen wordt het in veel gevallen rustiger en beter te doen. Voor je baby, maar ook zeker voor jou.

Lees ook:

Melkstroom en mindset: hoe je hoofd je productie beïnvloedt
Borstvoeding zonder roze bril: wat niemand je vertelt

Podcast: bang om te bevallen

Beeld: Unsplash

Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!

Demi Schoenmakers is moeder en online redacteur voor onder andere BabyBytes, Libelle en Women's Health. Met een scherp oog en een luisterend oor zoekt ze naar verhalen die de lezer prikkelen. Of het nu gaat om gezondheid, lifestyle of opvoeding; ze probeert haar artikelen op een toegankelijke en boeiende manier over te brengen.

Reageer op dit artikel

reacties (0)