Je peuter zegt voor de honderdste keer ‘nee’, stopt wéér iets in zijn mond of weigert een speeltje af te staan. Herkenbaar? Sommige gewoontes van peuters kunnen je als ouder behoorlijk op de proef stellen. Toch betekenen ze lang niet altijd dat er iets aan de hand is. Veel van dit gedrag hoort simpelweg bij de ontwikkeling.
Peuters ontdekken in rap tempo de wereld én zichzelf. Ze leren praten, krijgen steeds meer een eigen wil en ontdekken dat hun gedrag invloed heeft op hun omgeving. Dat levert soms gedrag op waarvan je denkt: 'Waarom doe je dit in vredesnaam?' Gelukkig zit daar vaak een heel normale reden achter.
Je peuter zegt overal ‘nee’ op
‘Wil je je jas aan?’ Nee. ‘Ga je mee naar huis?’ Nee. ‘Wil je een appel?’ Ook nee. Zelfs als je peuter vijf minuten eerder nog om diezelfde appel vroeg.
Het eindeloze ‘nee’ zeggen kan behoorlijk vermoeiend zijn, maar het is ook een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling. Je peuter ontdekt namelijk dat hij of zij een eigen wil heeft en zelf keuzes kan maken. En juist omdat veel dingen in het leven van een peuter door volwassenen worden bepaald, is ‘nee’ een makkelijke manier om daartegenin te gaan.
Ook bij eten en zindelijk worden zie je dit vaak terug. Dit zijn onderwerpen waarbij je peuter steeds meer zelf kan bepalen.
Wat kun je doen? Geef je kind waar mogelijk een keuze. Bijvoorbeeld: ‘Wil je je rode of blauwe jas aan?’ Je peuter krijgt daarmee een stukje controle, terwijl jij nog steeds bepaalt dát de jas aangaat.
Je peuter verzint de wildste verhalen
Heeft je kind ineens een hond, terwijl jullie helemaal geen huisdier hebben? Of beweert je peuter stellig dat hij gisteren naar de maan is geweest? Niet meteen schrikken.
Op deze leeftijd lopen fantasie en werkelijkheid namelijk nog behoorlijk door elkaar. Peuters zijn volop bezig met taalontwikkeling en kunnen nog niet altijd goed vertellen wat ze precies bedoelen. Ook hebben ze nog een heel ander besef van tijd dan volwassenen.
Als je peuter zegt: ‘Ik lust geen banaan!’, betekent dat bovendien niet automatisch dat hij een hekel heeft aan bananen. Misschien wil hij de banaan gewoon op dit moment niet. Voor een peuter is wat nu gebeurt vaak veel belangrijker dan wat er gisteren of morgen gebeurt.
Dat betekent overigens niet dat peuters nooit bewust iets verbergen of een leugentje vertellen. Ook dat experimenteren met de waarheid kan onderdeel zijn van het leren wat wel en niet kan.
Wat kun je doen? Probeer niet meteen van iedere fantasie een leugen te maken. Vraag rustig door en help je kind onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid.
Je peuter wil niet delen
Je ziet het al voor je: twee peuters spelen naast elkaar en zodra de één naar het autootje van de ander kijkt, ontstaat er ruzie. ‘Maar hij moet delen!’ denk je misschien.
Misschien zie je dat je peuter vooral naast een ander kind speelt, in plaats van echt samen. Dat heet parallel spelen en is een normale fase in de ontwikkeling. Langzaam maar zeker leren kinderen hoe ze samen kunnen spelen, op hun beurt kunnen wachten en rekening kunnen houden met elkaar.
Wat kun je doen? Verwacht niet dat je peuter al net zo goed kan delen als een ouder kind. Help je kind om beurtelings te spelen en geef woorden aan wat er gebeurt: ‘Jij speelt nu met de auto. Daarna mag zij.’
Je peuter stopt alles in zijn mond
Een steentje, een stukje speelgoed, een blaadje van de plant... Peuters lijken soms alles eerst even te willen proeven.
Hoewel je daar als ouder natuurlijk behoorlijk alert op moet zijn vanwege verstikkingsgevaar, is het ontdekken met de mond op jonge leeftijd op zichzelf niet vreemd. Kinderen gebruiken hun zintuigen om de wereld om hen heen te onderzoeken. Hoe voelt iets? Hoe smaakt het? Hoe hard of zacht is het?
Ook kan zuigen een manier zijn om zichzelf te kalmeren. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom sommige kinderen tijdens het doorkomen van tanden extra graag ergens op kauwen.
Wat kun je doen? Zorg ervoor dat gevaarlijke en kleine voorwerpen buiten bereik liggen en let goed op verstikkingsgevaar. Haal iets wat niet in de mond hoort rustig weg en bied een veilig alternatief aan.
Je peuter peutert voortdurend in zijn neus
Misschien niet je favoriete gewoonte, maar neuspeuteren hoort voor veel ouders helaas bij de peutertijd. Je kind ontdekt zijn eigen lichaam en merkt ondertussen dat er iets in zijn neus zit wat vervelend voelt. Dan is een vinger al snel de oplossing.
Peuters hebben bovendien nog weinig controle over hun impulsen. Als iets kriebelt of vervelend voelt, is de eerste reactie vaak: weg ermee.
Wat kun je doen? Probeer er geen groot drama van te maken. Leg rustig uit dat peuteren in de neus niet overal handig is en leer je kind hoe het op een andere manier zijn neus kan schoonmaken. Dat vraagt vooral veel herhaling en geduld.
Je peuter krijgt een enorme driftbui om iets kleins
De verkeerde kleur beker. Een boterham die doormidden is gesneden. Jij hebt de deur opengedaan in plaats van je peuter zelf. Voor jou misschien een kleinigheidje, voor je kind het einde van de wereld.
Driftbuien zijn een bekend onderdeel van de peutertijd. Je kind krijgt steeds meer gevoelens en wensen, maar heeft nog niet altijd de woorden of vaardigheden om die goed te uiten. Ook het vermogen om impulsen en emoties te reguleren is nog volop in ontwikkeling.
Een peuter kan daardoor in een paar seconden van vrolijk naar woest gaan. Dat betekent niet automatisch dat je kind verwend is of expres moeilijk doet.
Wat kun je doen? Blijf zo rustig mogelijk, benoem wat je ziet en geef je kind de ruimte om weer tot rust te komen. ‘Je bent heel boos omdat we naar huis gaan. Dat snap ik.’ Je hoeft niet toe te geven aan de driftbui, maar je kunt wél begrip tonen voor de emotie.
Wanneer kun je beter wél aan de bel trekken?
Hoewel bovenstaande gedragingen vaak bij de peuterfase horen, is ieder kind anders. Het is dus niet de bedoeling om zorgen over je kind zomaar weg te wuiven omdat bepaald gedrag ‘normaal’ zou zijn.
Maak je je zorgen over de ontwikkeling of het gedrag van je peuter? Bespreek dat dan met bijvoorbeeld het consultatiebureau, de huisarts of een andere zorgverlener die je kind kent. Ook de pedagogisch medewerker van de opvang kan soms helpen om gedrag in perspectief te plaatsen.
Let bijvoorbeeld extra op wanneer gedrag heel extreem is, je kind zichzelf moeilijk kan kalmeren, nauwelijks contact zoekt met andere kinderen of moeite heeft om zich met woorden of gebaren duidelijk te maken. Misschien wel het belangrijkste: je hoeft niet iedere peutergewoonte meteen af te leren. Soms is het vooral een teken dat je kind druk bezig is met groeien, ontdekken en leren.
Welke peutergewoonte van jouw kind vind jij het meest irritant?
Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!
Reageer op dit artikel
reacties (0)