Je peuter zindelijk maken: voor de één lijkt het binnen een paar dagen geregeld, terwijl de ander weken of zelfs maanden nodig heeft. En eerlijk is eerlijk: als ouder kun je tijdens de zindelijkheidstraining soms best even met je handen in het haar zitten. Wanneer begin je? Hoe vaak moet je je kind op het potje zetten? En wat doe je als je peuter ineens weer overal plast?
Er is niet één manier die voor ieder kind werkt. Toch zijn er een aantal fouten die de zindelijkheidstraining onnodig lastig kunnen maken. Deze 10 dingen kun je daarom beter vermijden als je je kind helpt om zindelijk te worden.
1. Te vroeg of juist te laat beginnen
Misschien heeft je buurvrouw haar kind al met anderhalf jaar zindelijk en vraag je je af waarom het bij jullie nog niet lukt. Of misschien denk je juist: we zien wel wanneer het zover is. Toch draait zindelijk worden vooral om de ontwikkeling van je kind en niet om een vaste leeftijd.
2. Het potje maandenlang als speelgoed laten staan
Een potje alvast in de woonkamer zetten zodat je kind eraan kan wennen: het klinkt logisch. Maar als het wekenlang gewoon onderdeel van de inrichting is, kan je peuter het uiteindelijk vooral zien als een stoeltje of speelgoed. Zet het potje daarom niet alleen neer in de hoop dat je kind vanzelf begrijpt wat de bedoeling is. Wanneer je daadwerkelijk met de zindelijkheidstraining begint, kun je het potje een duidelijke plek en functie geven.
3. Denken dat je een ingewikkeld stappenplan nodig hebt
Een eenvoudig potje of een passend toiletbrilverkleiner kan in principe al genoeg zijn. Het belangrijkste is dat je kind begrijpt wat de bedoeling is en de kans krijgt om het stap voor stap te oefenen.
4. Verwachten dat je kind na drie dagen zindelijk is
De term ‘drie dagen zindelijk’ klinkt natuurlijk heerlijk. Vrijdag beginnen en maandag zonder luiers de deur uit: wie wil dat nou niet?
In werkelijkheid betekent een intensieve methode van drie dagen niet automatisch dat je kind daarna volledig zindelijk is. Je peuter moet de nieuwe vaardigheid nog oefenen en leren toepassen in verschillende situaties. Ook na die eerste dagen blijft herhalen en begeleiden dus belangrijk.
Een ongelukje na een week betekent niet dat de training is mislukt. Je kind is simpelweg nog aan het leren.
5. Boos worden bij een ongelukje
Je hebt net de vloer schoongemaakt en daar ligt ineens weer een plasje. Of je ontdekt dat je peuter midden in zijn broek heeft gepoept. Frustrerend? Absoluut. Maar probeer je boosheid niet op je kind af te reageren.
Je peuter doet dit meestal niet expres. Zindelijk worden is een nieuwe vaardigheid en ongelukjes horen daar vaak bij. Blijf daarom zo rustig mogelijk en benoem wat er is gebeurd. Bijvoorbeeld: ‘Je plas is in je broek gekomen. De volgende keer gaan we naar het potje.’
Zo leert je kind wat de bedoeling is, zonder dat het bang wordt om fouten te maken.
6. Je kind steeds vragen of het moet plassen
‘Moet je plassen?’ ‘Weet je zeker dat je niet moet?’ ‘Moet je écht niet?’
Als je deze vraag twintig keer per dag stelt, is de kans groot dat je peuter op een gegeven moment standaard ‘nee’ zegt. Ook als de blaas inmiddels behoorlijk vol zit. Let liever op signalen van je kind. Wiebel je peuter heen en weer, kruist hij of zij de benen, trekt je kind zich terug of lijkt het ineens onrustig? Dan kan dat een teken zijn dat je kind moet plassen.
Je kunt dan beter zeggen: ‘Volgens mij moet je plassen. Kom, we gaan even naar het potje.’
7. Je kind ieder kwartier op het potje zetten
Je denkt misschien: als ik mijn kind vaak genoeg op het potje zet, gaat het vanzelf goed. Toch kan dit juist averechts werken.
Als je peuter helemaal niet hoeft te plassen, is het behoorlijk saai om steeds op het potje te zitten. Bovendien kan je kind hierdoor weerstand krijgen tegen het potje. En zodra er een machtsstrijd ontstaat, wordt zindelijkheidstraining voor jullie allebei een stuk minder gezellig.
Het doel is uiteindelijk dat je kind zelf leert herkennen wanneer het moet plassen of poepen.
8. Luiers en broekjes eindeloos blijven gebruiken
Tijdens de zindelijkheidstraining kan het verleidelijk zijn om voor het gemak gewoon een luier of luierbroekje aan te houden. Zeker als je naar buiten gaat. Toch kan dit het voor sommige kinderen lastiger maken om te voelen wanneer ze hebben geplast.
Overdag kun je, wanneer je eraan toe bent, bijvoorbeeld overstappen op ondergoed. Een ongelukje kan dan vervelend zijn, maar je kind merkt wel wat er gebeurt.
Dat betekent overigens niet dat je meteen alle luiers de deur uit hoeft te doen. Voor de nacht hebben veel kinderen nog langere tijd een luier nodig. Nachtelijk zindelijk worden komt vaak pas later.
9. Poep vies of eng noemen
‘Bah, wat stinkt!’ ‘Eww, poep!’ ‘Snel doorspoelen!’
Voor jou misschien een grappige reactie, maar je kind kan hieruit opmaken dat poep iets vies of engs is. En dat kan zindelijk worden juist moeilijker maken. Probeer daarom neutraal over poep en plas te praten. Natuurlijk mag je best zeggen dat iets stinkt, maar voorkom dat je kind het gevoel krijgt dat poepen iets is waarvoor het zich moet schamen.
10. Te veel druk op jezelf én je kind leggen
Misschien heeft een ander kind uit de peutergroep de luiers al lang vaarwel gezegd. Of hoor je van familie dat hun kind ‘met twee jaar al volledig zindelijk’ was. Dat kan behoorlijk wat druk geven.
Maar ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. De ene peuter begrijpt het razendsnel, terwijl de andere eerst veel meer tijd nodig heeft. Probeer daarom niet van ieder ongelukje een probleem te maken. Zindelijkheidstraining is geen wedstrijd en er bestaat geen prijs voor het kind dat als eerste zonder luier naar de wc gaat. Geef je kind de tijd om te oefenen, blijf duidelijk en probeer vooral rustig te blijven. Soms gaat het een paar dagen geweldig en heb je daarna ineens weer drie ongelukjes op één dag. Dat hoort erbij.
Wanneer moet je je zorgen maken?
Een ongelukje op z’n tijd is heel normaal tijdens het zindelijk worden. Ook terugvallen kunnen voorkomen, bijvoorbeeld na een grote verandering, ziekte of spannende periode.
Blijft je kind langere tijd moeite houden met plassen of poepen, houdt het de ontlasting bewust op of doet plassen of poepen pijn? Dan is het verstandig om contact op te nemen met de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen met je meekijken en beoordelen of er meer aan de hand is.
Uiteindelijk draait zindelijkheidstraining vooral om geduld. Je hoeft het niet perfect te doen. Je kind hoeft ook niet meteen alles te kunnen. Met duidelijke uitleg, herhaling en een beetje geduld kom je vaak al een heel eind.
Welke fout tijdens de zindelijkheidstraining herken jij bij jezelf of je kind? En wat is jouw gouden tip?
Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!
Ze begon in 2023 als stagiaire bij BabyBytes en groeide uit tot enthousiaste redactiemedewerker. Als jonge twintiger deelt ze vol plezier haar passie voor kinderen en schrijven, en kijkt ze ernaar uit om ooit zelf moeder te worden.
Reageer op dit artikel
reacties (0)