Sommige kinderen lijken overal nét iets meer moeite voor te moeten doen. Veters strikken duurt eindeloos, schrijven gaat slordig en bij de gymles lopen ze meestal achteraan. Dat doen ze niet expres, maar hun lichaam werkt simpelweg niet mee zoals bij andere kinderen.
Dit kan volgens kinderfysiotherapeut Steffie Schoenmakers duiden op DCD, oftewel Developmental Coordination Disorder. Een motorische ontwikkelingsstoornis die vaker voorkomt dan veel mensen denken, maar nog lang niet altijd wordt herkend.
Wat is DCD precies?
DCD is een neuro-ontwikkelingsstoornis waarbij de motorische ontwikkeling achterblijft. Bewegen gaat minder vanzelf, zowel bij grote bewegingen zoals rennen en fietsen als bij kleine dingen als schrijven of knopen dichtmaken. “Het kost deze kinderen gewoon veel meer moeite om iets voor elkaar te krijgen. Ze moeten er continu bij nadenken, terwijl andere kinderen het automatisch doen,” legt Schoenmakers uit.
En juist dat automatische stuk is waar het vaak spaak loopt. Waar andere kinderen een beweging na een paar keer oefenen onder de knie hebben, blijft het voor kinderen met DCD iets waar ze bewust bij moeten blijven. Dat maakt alledaagse handelingen niet alleen lastiger, maar ook vermoeiender.
Gewoon een beetje onhandig... of toch meer?
Veel kinderen met DCD worden pas laat herkend. Logisch, want elk kind ontwikkelt zich anders. Toch is het belangrijk om alert te zijn als je merkt dat je kind structureel achterblijft. “Wat ik vaak hoor van ouders is: 'Hij is gewoon wat onhandig',” zegt de kinderfysiotherapeut. “Maar als een kind echt blijft worstelen en gefrustreerd raakt, is het goed om verder te kijken.” Die frustratie is namelijk niet niks. “Deze kinderen willen vaak wel meedoen, maar ervaren steeds dat het niet lukt. Dat kan invloed hebben op hun zelfvertrouwen en plezier in bewegen.”
Hoe herken je DCD bij je kind?
DCD uit zich niet in één duidelijk signaal, maar in een optelsom van kleine dingen. Dingen die je misschien eerst afdoet als ‘onhandig’ of ‘nog jong’.
Denk aan kinderen die:
Moeite hebben met schrijven of kleuren binnen de lijntjes
Vaak struikelen of botsen
Lang doen over aankleden
Gymles lastig vinden of vermijden
Moeite hebben met fietsen of balvaardigheid
Volgens Schoenmakers zit het probleem vaak dieper dan alleen motoriek. “Het gaat niet alleen om bewegen zelf, maar ook om het plannen van bewegingen. Kinderen weten soms wel wat ze willen doen, maar krijgen het niet goed georganiseerd in hun hoofd en lichaam.”
Ook de prikkelverwerking speelt een rol. “De samenwerking tussen wat ze voelen, zien en ervaren verloopt minder efficiënt. Daardoor reageren ze anders op beweging en balans.”
Wat kan een kinderfysiotherapeut doen?
Waar andere kinderen spelenderwijs motorische vaardigheden oppikken, werkt dat bij DCD anders. “Impliciet leren, dus leren zonder er bewust over na te denken, is juist lastig. Deze kinderen hebben meer herhaling nodig en duidelijke uitleg.” Dat betekent niet simpelweg: meer laten oefenen. Het gaat om hóé je oefent. “Een taakgerichte aanpak werkt het beste. Dus oefenen in echte, betekenisvolle situaties. Denk aan leren fietsen door echt te fietsen, niet alleen losse oefeningen doen.”
Bij een kinderfysiotherapeut wordt er heel praktisch gewerkt. Geen eindeloze theorie, maar oefenen in dingen die er echt toe doen in het dagelijks leven. “Wij kijken: waar loopt een kind tegenaan? En daar gaan we mee aan de slag,” zegt Schoenmakers. “Dat kan schrijven zijn, fietsen of bijvoorbeeld zelfstandig aankleden.” Ouders spelen daarin een belangrijke rol. “We geven altijd handvatten mee voor thuis. Juist die dagelijkse momenten maken het verschil.” Vaak is er ook samenwerking met andere professionals, zoals een ergotherapeut, kinderarts of psycholoog. “Het is zelden iets wat je alleen oplost. Juist samen bereik je het meeste.”
Wanneer trek je aan de bel?
Twijfel je? Dan is dat eigenlijk al reden genoeg om even te laten meekijken. “Hoe eerder je erbij bent, hoe beter,” benadrukt Schoenmakers. “Niet om een label te plakken, maar om frustratie te voorkomen en een kind weer succeservaringen te geven.” Want dat is uiteindelijk waar het om draait. “Als iets eindelijk lukt, zie je meteen wat dat doet. Meer zelfvertrouwen, meer plezier. En dat is minstens zo belangrijk als de motorische vooruitgang zelf.”
Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!
Demi Schoenmakers is moeder en online redacteur voor onder andere BabyBytes, Libelle en Women's Health. Met een scherp oog en een luisterend oor zoekt ze naar verhalen die de lezer prikkelen. Of het nu gaat om gezondheid, lifestyle of opvoeding; ze probeert haar artikelen op een toegankelijke en boeiende manier over te brengen.
Reageer op dit artikel
reacties (0)