Rennen, springen, klimmen, een bal vangen of zonder te vallen over een balk lopen: het lijken doodnormale skills voor kinderen. Toch blijken kinderen deze onderdelen minder goed te scoren dan jaren geleden.
En dat ziet kinderfysiotherapeut Steffie Schoenmakers ook terug in haar praktijk. "De motoriek van kinderen gaat duidelijk achteruit", zegt ze. Moeten we ons zorgen maken?
Kinderen bewegen op sommige punten echt minder goed dan vroeger
“Er zijn wetenschappelijke aanwijzingen dat kinderen op bepaalde onderdelen motorisch minder goed presteren dan vroeger”, vertelt Schoenmakers. Nederlands onderzoek onder kinderen van 10 tot 12 jaar laat bijvoorbeeld een achteruitgang zien in snelheid, wendbaarheid, flexibiliteit en bepaalde vormen van kracht. En dat zijn geen vaardigheden die alleen tijdens de gymles van pas komen. “Als kinderfysiotherapeut zie ik kinderen die moeite hebben met bijvoorbeeld rennen, springen, balanceren, klimmen of gooien en vangen.”
Toch hoeven we niet meteen te concluderen dat een hele generatie verleerd is om te bewegen. “Het verschilt echt per vaardigheid en per kind. Kinderen zijn dus niet ineens op álle motorische onderdelen slechter geworden.”
Vooral deze simpele beweegskills kunnen lastig zijn
Rennen, springen, balanceren, gooien en vangen vormen een soort basispakket van bewegen. Je gebruikt ze tijdens het buitenspelen, fietsen, sporten en eigenlijk de hele dag door. “Vooral die basisvaardigheden vallen op”, zegt Schoenmakers. “Ook kracht, lichaamscontrole en snel van richting kunnen veranderen, lijken bij een deel van de kinderen minder goed ontwikkeld.”
En nee, je kind hoeft echt niet als eerste over het klimrek te vliegen of iedere bal perfect uit de lucht te plukken. Het gaat er vooral om dat bewegen voldoende lukt om mee te kunnen doen en er plezier in te hebben.
Schermtijd speelt mee, maar is niet het hele verhaal
Een tablet in de hand, televisie aan of nog één filmpje kijken: het ligt voor de hand om meteen naar schermtijd te wijzen. Volgens Schoenmakers is het alleen te makkelijk om daar één grote boosdoener van te maken. “Waarschijnlijk is er niet één oorzaak. Kinderen zitten tegenwoordig meer en brengen inderdaad meer tijd door achter schermen. Daardoor kan er minder tijd overblijven voor actief spelen.” Vooral bij jonge kinderen wordt veel schermtijd in onderzoek in verband gebracht met een minder goede motorische ontwikkeling.
Maar ook iets anders telt mee: wat kinderen in die tijd níét doen. “Minder buitenspelen en minder dagelijkse beweging kunnen ook een rol spelen”, vertelt Schoenmakers. “Motorische vaardigheden ontwikkelen zich juist door heel veel te bewegen en te oefenen.” Oftewel: klimmen, klauteren, vallen, opnieuw proberen, een bal honderd keer gooien en achter elkaar aan rennen zijn stiekem allemaal kleine trainingsmomenten.
Hieraan kun je merken dat bewegen je kind moeite kost
Een keer struikelen of een bal missen zegt natuurlijk nog niet zoveel. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en de één is nu eenmaal wat handiger in bewegen dan de ander. Toch zijn er signalen die vaker kunnen opvallen. Volgens Schoenmakers kun je bijvoorbeeld letten op een kind dat:
Vaak valt of struikelt
Moeite heeft met rennen, springen, fietsen of klimmen
Balspellen lastig vindt
Onzeker beweegt
Snel moe is tijdens bewegen
Tijdens gym of sport moeilijk kan meekomen
“Vooral als een kind meerdere vaardigheden lastig vindt of bewegen steeds meer gaat vermijden, is het goed om eens verder te kijken”, zegt Schoenmakers.
Wat als je kind bewegen gaat vermijden?
Een minder goede motoriek is meestal niet meteen iets om je zorgen over te maken. Het wordt vooral vervelend als een kind daardoor steeds minder gaat bewegen. “Als een kind bewegen moeilijk vindt, kan het activiteiten gaan vermijden. Daardoor krijgt het ook minder kansen om te oefenen”, legt Schoenmakers uit.
Zo kan het ene het andere versterken. Een kind doet minder mee, krijgt minder ervaring en wordt daardoor ook niet zekerder in bewegen. “Het plezier en vertrouwen kunnen dan afnemen. En als een kind vervolgens minder gaat sporten en spelen, kan dat uiteindelijk ook invloed hebben op de conditie, spierkracht en algemene gezondheid.” Een kind dat bij tikkertje standaard aan de kant blijft staan omdat het denkt toch niet snel genoeg te zijn, mist dus niet alleen dat ene spelletje. Het mist ook weer een kans om te rennen, draaien, remmen en opnieuw te proberen.
Je kind hoeft geen sporttalent te zijn
Gelukkig is het doel niet om van ieder kind een mini-atleet te maken. Sterker nog: perfect rennen, springen of gooien is helemaal niet waar het om draait. “Het belangrijkste is dat ieder kind genoeg kansen krijgt om te bewegen en verschillende motorische vaardigheden te oefenen”, legt de kinderfysiotherapeut uit. “Een kind hoeft echt niet alles perfect te kunnen.” Lekker naar buiten, fietsen, klimmen in de speeltuin, voetballen, dansen door de woonkamer of een potje tikkertje telt allemaal mee. Want hoe vaker kinderen bewegen, hoe meer mogelijkheden ze krijgen om hun eigen lijf steeds een beetje beter te leren kennen.
Springen, fietsen, klimmen, een bal vangen: waar blinkt jouw kind in uit?
Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!
Demi Schoenmakers is moeder en online redacteur voor onder andere BabyBytes, Libelle en Women's Health. Met een scherp oog en een luisterend oor zoekt ze naar verhalen die de lezer prikkelen. Of het nu gaat om gezondheid, lifestyle of opvoeding; ze probeert haar artikelen op een toegankelijke en boeiende manier over te brengen.
Reageer op dit artikel
reacties (0)