Een slap armpje bij je pasgeboren baby kan flink schrikken zijn. Toch blijkt er in veel gevallen een duidelijke verklaring voor te zijn. Eén daarvan is een plexus brachialis letsel: een zenuwbeschadiging die meestal tijdens de bevalling ontstaat. Wat betekent dat precies? En wat kun je als ouder doen?
“Het klinkt ingewikkeld, maar een plexus brachialis letsel is een beschadiging van de zenuwen die van de nek naar de schouder, arm en hand lopen”, vertelt Schoenmakers. “Die zenuwen vormen samen een netwerk. Dat netwerk zorgt ervoor dat de arm kan bewegen én dat je gevoel hebt in je arm.” Als dat zenuwnetwerk beschadigd raakt, werkt de arm tijdelijk minder goed. “Je kunt het zien als een soort kabelsysteem dat signalen doorgeeft. Als daar rek op komt of schade ontstaat, komen die signalen minder goed aan. Dan beweegt de arm minder of anders.”
Hoe ontstaat plexus brachialis letsel?
In de meeste gevallen gebeurt dit tijdens de geboorte. “Dit zien we vooral bij een moeizame bevalling. Bijvoorbeeld als de schouders van de baby vastzitten, bij een lange uitdrijving, een hoog geboortegewicht of wanneer er een vacuüm of tang nodig is.” Door de druk of rek op de schouder kan het zenuwnetwerk worden uitgerekt. De ernst verschilt. “Soms zijn de zenuwen alleen opgerekt. Dan herstelt het vaak vanzelf in de eerste maanden. In andere gevallen is er meer schade en duurt het herstel langer.”
Wat merk je bij je baby?
In veel gevallen is het direct na de geboorte al duidelijk dat er sprake is van een plexus brachialis letsel. “Meestal ziet de gynaecoloog of kinderarts het meteen”, legt Schoenmakers uit. “Ouders krijgen vaak al kort na de bevalling te horen dat één arm minder goed beweegt.”
Wat opvalt, is dat één arm minder actief is. “Vooral de schouder en bovenarm zijn vaak beperkt in beweging. De hand en vingers doen het meestal beter. Dat verschil tussen links en rechts zie je vrij duidelijk.”
Doordat de arm minder spontaan wordt gebruikt, kan er een asymmetrie ontstaan. “Baby’s leren in de eerste maanden juist om symmetrisch te bewegen. Als één arm minder meedoet, kan dat invloed hebben op die ontwikkeling.” Dat betekent niet automatisch dat er blijvende problemen ontstaan, maar het vraagt wel om goede monitoring en begeleiding in de eerste maanden.
Waarom zijn de eerste maanden zo belangrijk?
De eerste periode na de geboorte is cruciaal volgensSchoenmakers. “In de eerste maanden zien we vaak spontaan herstel van de zenuwen. Daarom volgen we de motorische ontwikkeling in die fase heel nauwkeurig. Blijft dat herstel achter, dan wordt tijdig gekeken of aanvullende behandeling of een operatieve ingreep nodig is.” Als kinderfysiotherapeut kijkt zij naar meerdere dingen:
Hoe beweegt het kind?
Zit er variatie in de bewegingen?
Wordt de aangedane arm steeds actiever gebruikt?
“Het gaat niet alleen om kracht”, benadrukt ze. “We kijken vooral naar kwaliteit van bewegen en of het kind beide armen steeds meer inzet.”
Wat kun je als ouder doen bij plexus brachialis letsel?
Het belangrijkste is: blijf niet rondlopen met twijfel. Zie je dat je baby één arm duidelijk minder gebruikt? Bespreek het met het consultatiebureau, huisarts of kinderarts. Vroege begeleiding maakt verschil. “In veel gevallen zien we herstel in de eerste maanden. Door goed te volgen en gericht te begeleiden, geven we het zenuwstelsel de beste kans om zich te herstellen en om de ontwikkeling zo soepel mogelijk te laten verlopen.”
Wanneer is extra onderzoek nodig?
Als het herstel achterblijft of er duidelijke beperkingen blijven bestaan, kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Dan wordt gekeken of gespecialiseerde behandeling of verdere revalidatie nodig is. “De begeleiding is gericht op zo normaal mogelijk bewegen”, vertelt Schoenmakers. “We stimuleren het gebruik van beide armen via spel, houding en dagelijkse handelingen. Denk aan hoe je je baby optilt, neerlegt of speelgoed aanbiedt. Kleine aanpassingen kunnen veel verschil maken.” Belangrijk is dat het tempo van het kind leidend blijft. “We kijken altijd naar wat het kind zelf laat zien en aankan. We forceren niets, maar moedigen wel actief gebruik van de arm aan.”
Daarnaast speelt de kinderfysiotherapeut een signalerende rol. “Als de arm onvoldoende vooruitgaat, de asymmetrie toeneemt of er zorgen zijn over de arm-handfunctie, dan trekken we aan de bel. We overleggen met andere zorgverleners, zoals de kinderarts, neuroloog of revalidatiearts. Zo zorgen we dat de ontwikkeling goed gevolgd wordt.” Soms wordt het kind toch doorverwezen naar een gespecialiseerd plexusteam, waar beoordeeld wordt of een operatie nodig is om de functie van de arm zo goed mogelijk te herstellen.
Heeft jouw kindje last (gehad) van plexus brachialis?
Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!
Demi Schoenmakers is moeder en online redacteur voor onder andere BabyBytes, Libelle en Women's Health. Met een scherp oog en een luisterend oor zoekt ze naar verhalen die de lezer prikkelen. Of het nu gaat om gezondheid, lifestyle of opvoeding; ze probeert haar artikelen op een toegankelijke en boeiende manier over te brengen.
Reageer op dit artikel
reacties (0)