De kleuter en de dood

De kleuter en de dood

Dinsdag

Ik moet mijn zoon het verdrietige nieuws vertellen dat opi (mijn opa) binnen een paar dagen zal overlijden. Huilend stort hij zich in mijn armen en ik troost hem, al weet ik niet goed wat te zeggen. Ik geef hem even de tijd voordat we toch de draad van de dag weer oppakken. Hij moet immers gewoon naar school.

Woensdag

Mijn zoon wil opi graag nog een keer zien voordat hij dood gaat. Ik regel vrij en die middag zit ik met hem bij opi aan zijn bed. Het blijkt een bijzonder bezoek, want tijdens onze aanwezigheid wordt opi, na 18 uur slapen, toch nog wakker wanneer ik over zijn hoofd aai. Na wat bijgekomen te zijn speelt hij zelfs nog met mijn zoon en bij het afscheid fluistert mijn demente opa mijn naam.

Vrijdag

Mijn zoon geeft regelmatig aan het jammer te vinden dat opi zal overlijden. Hij gaat de koekjes missen! Af en toe heeft hij vragen. Te pas en te onpas vertelt hij wildvreemden dat opi dood gaat en op school moest hij er al een keertje om huilen. Kan ik opi niet gewoon weer aaien, zodat hij wakker wordt? Nee, dat werkt niet meer. Ook mijn dochter begrijpt dat er iets gaat gebeuren. Ze praat mijn zoon na, maar de betekenis van de woorden blijft de peuter onbekend.

Zaterdag

Opi is jarig. Nog voor de kinderen wakker zijn zit ik naast zijn bed. Opi zal niet meer wakker worden. Ze houden hem in slaap. Hij heeft al dagen niets gedronken en ieder moment kan het voorbij zijn. Traditiegetrouw eten we chocoladebollen om zijn verjaardag te vieren. Dat hij de 94 toch maar mooi gehaald heeft! Dan ga ik naar huis. Daar blijk ik een appje van mijn vader te hebben. 'Hij heeft zojuist zijn laatste adem uitgeblazen.'

Mijn zoon huilt. Ik troost hem. We moeten naar de winkel. Mijn zoon luistert voor geen meter en ik heb een kort lontje. Informatie druppelt binnen via de app. Die middag nog wordt opi weggehaald om bij het uitvaartcentrum opgebaard te worden. Ik heb heel sterk het gevoel dat ik erbij wil zijn, dus samen met man en kinderen rij ik weer naar opi. Er is veel familie. Mijn zoon wil hem nog een keer zien. Opi ziet er steeds meer uit als een lijk, dus ik laat hem eerst een foto zien. Dan wil hij hem echt zien, dat durft hij wel! Hij vindt het maar gek. Mijn dochter snapt er niets van. Opi nu naar ziekenhuis? Opi niet wakker worden? Nee, opi is dood. Mijn neef hoort me dat zeggen en vindt het grof klinken, maar voor een peuter heeft eromheen draaien geen zin. En omdat ik absoluut in niets geloof kan ik ook niet over een hiernamaals vertellen.

Dinsdag

Mijn zoon is al de hele week lastig. Soms barst hij na een woede aanval in huilen uit. Ik troost hem waar ik kan. Hij vertelt iedereen die het maar wil horen dat opi dood is, dat hij begraven gaat worden. Mensen weten niet hoe ze daarop moeten reageren. Ik weet niet of ik hem moet vragen dat niet meer te zeggen of hem gewoon de kans moet geven het te uiten. Van de uitvaartverzorgers hebben we een boekje gekregen waarmee ik heb kunnen uitleggen wat er nu gaat gebeuren en dat wil hij elke dag lezen. Mijn dochter praat mijn zoon na, maar begrijpt het nog steeds niet. De ene keer is het 'opi is dood', de andere keer 'opi is in het ziekenhuis'. Soms zegt ze 'opi wordt begraven'. Wanneer ik haar vraag wat dat betekent blijft ze stil.

Woensdag

Ik heb vrij genomen. Wanneer mijn zoon uit school komt wil hij een regenboog tekenen. Kan ik laten zien hoe dat moet? Ik zoek plaatjes op mijn telefoon en enthousiast gaat hij aan de slag. Even later moet ik van een nieuw papier een envelop vouwen. Daar moet ik hartjes op tekenen zodat hij die in kan kleuren. De regenboogtekening is voor opi en moet in de envelop. De hartjes zijn omdat hij zo veel van opi houdt. Mijn hart breekt. Ik help hem met zijn bericht erop schrijven en wanneer hij zegt dat hij hem zelf aan opi wil geven stappen we meteen met het hele gezin in de auto. Opi ligt opgebaard in de kist. Hij ligt er mooier bij dan de dag van zijn dood. Het zal voor ons beide de laatste keer zijn dat we hem zien. Mijn zoon vraagt waarom ze de kist dicht doen bij de uitvaart. Hij vindt het maar stom. Hij zoekt het beste plekje voor zijn brief en wil nog één keer gaan kijken voor we gaan. Mijn dochter ook. 'sst, opi niet wakker maken,' fluistert ze. 'Nee dat kan niet,' antwoordt mijn zoon luid, 'want opi is dood.'

Donderdag

Mijn vader belt. Ze hebben een envelop gevonden met hartjes erop, 'voor de allerliefste opi'. Moet die dicht blijven of mag die open? Ik vraag het mijn zoon. De brief mag open.

Vrijdag

Vandaag is de uitvaart. Mijn dochter is enthousiast want ze mag bij opa en oma spelen. Mijn zoon is zenuwachtig, want dit moment is waar de hele week om draaide. Hij weet niet wat hij moet verwachten. Een kleuter bij een begrafenis is niet ideaal, dat begrijp ik, maar in tegenstelling tot zijn zusje begrijpt hij wat 'dood' betekent en ik vind dat hij die afsluiting nodig heeft.

Opi was gelovig. Bij de kerk is mijn zoon behoorlijk druk. De dienst begint. De kist wordt voor het podium gezet. Andere kinderen verdelen alle tekeningen om de kist heen. De tekening met de regenboog krijg het mooiste plekje. Mijn zoon blijft druk. Hij vindt het saai, wil van alles doen en heeft ook veel vragen. Uiteindelijk kunnen we niet anders dan hem op de telefoon laten puzzelen. Veel mensen willen spreken. Ik ook. We eindigen op de begraafplaats. Hij vraagt me alle namen op de grafstenen voor te lezen, maar dat zijn er veel te veel. Ik houd het bij een paar. Wanneer de kist het graf in gaat, nemen wij als eerste afscheid. Mijn zoon mag de tekeningen in het graf gooien. Hij vindt het heel bijzonder. Daarna gaan we naar de koffietafel. Gelukkig is bij dit café een speeltoestel en hij vermaakt zich kostelijk.

Zaterdag.

'Mama, ik ga ook een keer dood hè?'
'Ooit wel.' dat zeggen ze in het boekje ook dus ik denk dat dit wel mag. 'Maar hopelijk duurt dat nog heel lang.'
'Als ik dood ben, ga jij dan ook iets over mij zeggen?'
'Och schatje, ik hoop dat jij later dood gaat dan ik.'
'Wanneer ga jij dood dan? Als ik twaalf ben?' Alles is twaalf bij hem momenteel.
'Hopelijk veel later.'
'Als ik dertien ben dan? Of veertien?'
'Hopelijk pas als jij al net zou oud bent als opa en oma.'
'Dat is oud!' Ja, schat, ik hoop dat jij heel oud bent als ik dood ga.

Wil jij graag jouw verhaal over je bevalling, baby, vruchtbaarheidstraject of iets anders delen op BabyBytes? Dat kan via dit formulier. Wie weet staat jouw verhaal binnenkort (anoniem) op de site!

Marleen is 33 jaar en moeder van een zoon (5) en dochter (3). Ze werkt 40 uur in de week en haar man zorgt dan voor de kinderen. Op Babybytes.nl zal ze af en toe verslag doen van haar leven, waarin de traditionele rolverdeling is omgedraaid.

Reageer op dit artikel

reacties (0)




Populaire topics
Populaire blogs

Babynamen zoeken

Jongensnamen | Meisjesnamen | Babynamen top 50