Vannacht werd Poppy wakker om half drie. Ik hoorde haar nog voor het geluid door de babyfoon kwam en liep naar haar kamer. Ze keek naar me vanuit haar bedje, haar ogen nog half dicht, haar armpjes naar me uitgestrekt. Ik tilde haar op, voelde haar warme lijfje tegen het mijne, en dacht: over twee weken word je één jaar. Een jaar. Het voelt tegelijk onmogelijk kort en alsof ze er altijd al was.
Maar ze was er niet altijd. En daar gaat dit verhaal over.
Het begon met een wens. Zoals zoveel dingen beginnen. We wilden een baby. Simpel, dachten we. Mensen krijgen elke dag kinderen. Dit gaat gewoon gebeuren. Proberen werd wachten. Wachten werd teleurstelling op teleurstelling en die teleurstelling werd een bezoek aan de huisarts, die ons doorverwees naar het ziekenhuis.
Toen begonnen de onderzoeken. Sommigen heel naar. Het soort onderzoeken waarbij je je kwetsbaar voelt en klein, alsof je lichaam je in de steek laat en waardoor je lichaam tegelijk niet meer voelt als van jou, maar als een instrument. Iets plastisch dat besproken moet worden.
Na al die onderzoeken kwam de conclusie: er is niets aan de hand. Enerzijds een opluchting, maar anderzijds een raadsel en teleurstelling. Want als er niets aan de hand is, waarom gebeurt het dan niet en als er niets op te lossen valt, gaat het dan ooit wel goedkomen?
Zes keer IUI. Zes keer hoop, zes keer teleurstelling.
Toen IVF. De eerste keer meteen raak en zwanger en in de wolken en de zevende hemel. Alle echo’s zagen er goed uit, maar toch zei mijn gevoel bij 12 weken dat er iets niet klopte. Het hartje van onze langgekoesterde baby bleek te zijn gestopt met kloppen. Met het verliezen van dat kindje verdween ook de naïviteit en zorgeloosheid die we voelden bij de positieve test. Maar je moet door, vrijwel direct eigenlijk. Ondanks je verdriet, dus hop hop: Door met ICSI.
Drie keer uiteindelijk, waarvan sommige terugplaatsingen ‘plakkers’ waren, maar helaas niet doorzetten. We verloren een kans in België, omdat er te vroeg ‘geoogst’ was. En het was niet de eerste keer dat we iets verloren. We hebben veel verlies gekend in die jaren. Verlies dat niemand ziet. Verlies dat je niet kunt uitleggen aan mensen die het niet hebben meegemaakt.
Ik weet niet precies wanneer ik besloot dat ik niet op zou geven. Het was geen moment. Geen grote beslissing. Het was meer een gevoel dat bleef, ondanks alles. Mijn gevoel zei: nog één keer. Nog één keer proberen. Dit keer in ons lokale ziekenhuis, niet in België. Dit keer hier, dichtbij.
Daar was het. Eindelijk. Onze blijvende zwangerschap.
De eerste weken durfde ik er niet op te vertrouwen. Elke keer als ik naar de wc ging, keek ik. Ik verwachtte bloed. Ik verwachtte dat het toch niet waar zou zijn. Het voelde zo onwerkelijk.
Na vijf jaar van wachten, van proberen, van verliezen. Hoe durf je dan te geloven dat dit echt is? Dat dit blijft? Maar het bleef. Zij bleef. Week na week. De echo’s lieten een groeiende baby zien. Mijn buik groeide. Langzaam, heel langzaam, durfde ik te geloven dat dit echt gebeurde.
Ik had de meest fantastische zwangerschap. Ik voelde me goed. Ik was trots op mijn buik, trots op mijn lichaam dat uiteindelijk deed waarvoor het gemaakt is. Mijn placenta lag aan de voorkant, waardoor ik haar niet zo goed voelde bewegen. Dat maakte me soms onzeker. Elke dag vroeg ik me af: gaat het wel goed? Leeft ze nog? Maar ze leefde. Ze groeide. Uiteindelijk, met bijna 39 weken, werd ik ingeleid en kon ik haar bijna ontmoeten. De bevalling was een feestje. Ik meen het.
Ja, het duurde lang. Dinsdagavond ingeleid, vrijdagmiddag geboren. Dat is lang. Dat is uitputtend. Donderdagochtend kreeg ik daarom een ruggenprik omdat ik al die tijd niet had geslapen. Mijn lichaam had rust nodig om door te kunnen gaan. Maar ondanks de uitputting, ondanks de duur, voelde het bevallen als een feestje. Ik mocht dit eindelijk écht gaan doen, want ze kwam eraan. Eindelijk. Na al die jaren wachten, kwam ze eraan. Vrijdagmiddag om 15:32 is ze geboren.
Ze werd op mijn borst gelegd, warm en glibberig en levend. Mijn eerste vraag was: “Leeft ze?” Zo bang was ik. Zo bang dat het op het laatste moment toch nog mis zou gaan. Dat het ons toch niet gegund was. Dat vijf jaar wachten niet genoeg was geweest. Maar ze leefde en ze huilde. Ze keek naar me en ze was echt. We hadden dit samen gedaan.
Nu ligt ze in haar bedje. Bijna één jaar oud. Haar kleine lijfje in een slaapzakje, haar ademhaling rustig, haar gezichtje ontspannen in diepe slaap. Ik kijk naar haar en denk: de tijd is zo snel gegaan en tegelijk lijkt het alsof het altijd al zo was.
Een jaar. Eén jaar van slapeloze nachten, van twijfels over of ik het wel goed doe en aan huis gebonden zijn, van alles wat mensen moeilijk vinden aan het eerste jaar met een baby. Ik heb geen seconde ervan erg gevonden.
Niet de nachten waarin ze maar niet wilde slapen. Niet de momenten waarop ik niet wist wat ze nodig had. Niet de dagen waarop ik het huis niet uit kwam. Niet de vermoeidheid, niet de onzekerheid, helemaal niets.
Want ze is er. Ze leeft. Ze is van ons.
Ik denk weleens: hoe zou het zijn geweest als het makkelijk was gegaan? Als we na een paar maanden proberen zwanger waren geraakt, zoals sommige mensen? Zou ik dan ook zo dankbaar zijn? Zou ik dan ook elk moment zo waarderen? Ik weet het niet. Misschien wel. Misschien vinden alle ouders hun kind een wonder, ongeacht hoe ze kwamen. Ik weet wel dit: vijf jaar wachten heeft me iets geleerd over wat ik echt wil.
Over doorzetten en loslaten van controle.
Over vertrouwen op je gevoel, zelfs als alles erop wijst dat je moet opgeven.
Het heeft me geleerd dat sommige dingen de moeite waard zijn om voor te blijven vechten. Zelfs als het moeilijk is en als het pijn doet. Zelfs als je niet weet of het ooit gaat lukken.
Het heeft me vooral geleerd dat dankbaarheid geen cliché is. Dat het geen woord is dat je gebruikt omdat het hoort. Maar dat het een gevoel is dat steeds door je heen trekt wanneer je naar je kind kijkt en denkt: jij bent er. Eindelijk ben je er.
Ik wil niet doen alsof vijf jaar wachten een zegen is. Alsof het moest gebeuren zodat ik zou leren hoe ik moeder moest zijn. Het was geen mooie les. Het was ook gewoon pijnlijk. Veel verlies. Teleurstelling die zich maand na maand opstapelde. Ik wens het niemand toe. Ik zou niet zeggen: dit maakte me een betere moeder, want dat weet ik niet. Misschien was ik net zo’n goede moeder geweest als het wel allemaal makkelijk was gegaan.
Wat ik wel weet is dit: ik waardeer elk moment. Elke nacht waarin ze me wakker maakt. Elke keer dat ze huilt en ik niet weet waarom. Elke keer dat ze naar me lacht alsof ik de enige persoon op de hele wereld ben. Want vijf jaar lang was ze er niet. Nu wel. En dat is alles wat ertoe doet.
Over twee weken wordt Poppy één jaar. We gaan het vieren met taart die ze waarschijnlijk niet zal eten, met cadeautjes waar ze te klein voor is en met foto’s die ik pas later aan haar zal laten zien.
Waarschijnlijk zal ik huilen. Niet van verdriet, maar van het besef dat dit echt is. Dat ze echt hier is. Dat vijf jaar wachten eindigde in dit: een klein meisje dat bijna kan lopen, dat lacht om haar eigen geluiden, dat naar ons kijkt alsof wij haar wereld zijn. Want dat zijn we. En dat is zij voor ons. Want het gebeurde wél. Ze is er en ze is perfect. Niet omdat ze een makkelijke baby is of omdat alles soepel gaat. Maar omdat ze van ons is. Omdat ze ons uiteindelijk heeft gekozen om bij te horen.
Wat vijf jaar wachten me leerde?
Dat sommige dingen komen wanneer ze komen. Niet eerder, niet later. Gewoon wanneer het tijd is.
Dat doorzetten niet betekent dat je altijd sterk bent. Soms betekent het gewoon dat je nog één keer probeert. Nog één keer zegt: oké, we gaan verder.
Dat verlies je niet harder maakt, maar misschien wel zachter. Kwetsbaarder. Dankbaarder voor wat blijft.
Dat controle een illusie is. Dat je kunt plannen en voorbereiden en alles goed kunt doen en dat het soms toch niet gebeurt. En dat dat niet jouw fout is.
Dat je gevoel altijd de waarheid weet. Ook als je hoofd zegt dat je moet stoppen, dat het genoeg is geweest en dat je moet accepteren dat dit niet voor jou is weggelegd. Je gevoel weet of er nog één keer in zit. Nog één poging. Nog één kans.
En vooral dit: dat wachten pijnlijk is, maar dat het einde ervan (het moment waarop je eindelijk krijgt waar je zo lang op hebt gewacht) mooier is dan je ooit had kunnen voorstellen.
Poppy beweegt in haar slaap. Ze glimlacht een beetje en ze droomt, denk ik. Over wat weet ik niet. Misschien over niets. Misschien over van alles. Ze ruikt naar baby en ze ruikt naar thuis.
Ik fluister zodat ze niet wakker wordt: “Dankjewel lieve Poppy dat je ons hebt gekozen. Dankjewel dat je bleef. Dankjewel dat je er bent.”
Vijf jaar. Twaalf maanden. En elke dag sinds je geboren bent was het waard. Allemaal.
Liefs van je Mama
reacties (10)