Tussen verlangen en angst. De keuze voor een tweede.

Mijn eerste zwangerschap is inmiddels vijf jaar geleden. Wat een bijzondere tijd had moeten zijn, voelde voor mij vooral als overleven. Ik was vaak ziek en wist soms niet meer wat ik met mezelf aan moest. Nu we nadenken over een tweede kindje, voel ik naast het verlangen ook weer die spanning. Sommige dingen blijven je gewoon bij.


Mijn zwangerschap was allesbehalve makkelijk. Ik had nierstuwing, gaf veel over en had continu last van maagzuur. Eten lukte nauwelijks en ik viel acht kilo af. Rennies nam ik bijna dagelijks, tot zelfs die niet meer bleven zitten.


De bevalling werd met 37 weken ingeleid vanwege een verhoogde kans op zwangerschapsvergiftiging. De eerste uurtjes verliepen rustig maar daarna ging het razendsnel. Binnen twintig minuten ging ik van vier centimeter naar volledige ontsluiting. Een weeën storm nam het over. Twaalf minuten later lag mijn zoon in mijn armen.Het team dat mij zou begeleiden was er niet, omdat ze mij pas uren later verwachtten. De kamer stond vol onbekende mensen en er werd weinig rekening gehouden met mijn bevallingsplan. Ik werd in een houding gelegd en vastgehouden die voor hen praktisch was, maar niet voor mij.


Na de bevalling kwam mijn eigen arts binnen. “Wat heb je nou gedaan?” vroeg ze met een kleine glimlach. “Sorry,” zei ik verward, met mijn zoon in mijn armen, terwijl ik nog overdonderd was door wat er zojuist was gebeurd. Daarna mocht ik douchen. Toen ik opstond, viel er een plas bloed op de grond. Ik moest meteen weer in bed gaan liggen. Zonder uitleg werd er hard op mijn buik gedrukt om het bloed te verwijderen. Niemand vertelde wat er gebeurde.


Na één nacht in het ziekenhuis mocht ik naar huis. De kraamzorg was vriendelijk, maar ik voelde me steeds zieker worden. Ik gaf over, zelfs tijdens de borstvoeding. Eten lukte niet. Ik was zo zwak dat ik niet zelfstandig kon staan. Mijn man en de kraamhulp namen de verzorging over.  Maar juist daardoor sliep deed ik nauwelijks, ik wilde mijn baby steeds zien, bang om iets te missen. De eerste twee weken heb ik mijn eigen kind niet eens kunnen badderen. Dat brak mijn hart.


Na drie dagen gaf de verloskundige aan dat ik echt moest eten. Toen ik uitlegde dat ik alles uitbraakte en me vreselijk voelde, zei ze: “Als je een goede moeder wilt zijn, moet je eten. Nu ben je geen goede moeder.” Die woorden kwamen hard binnen. Ze zorgden niet voor steun, maar voor schuld. Hierdoor ging ik nog meer waken, nog minder rusten. De volgende dag kwam er een arts langs. Zij gaf aan dat ik waarschijnlijk te veel bloed had verloren en bloedarmoede had. Eigenlijk moest ik terug naar het ziekenhuis. Ik was zo van slag dat ze de afspraken met mijn man en de kraamhulp maakte. De kraamhulp bleef gelukkig vier dagen langer.


Toen ik langzaam opknapte, stuurde ik de verloskundige een bericht. Ik gaf aan dat ik vermoedelijk door het bloedverlies zo ziek was geweest. Haar reactie was kort: “Dat zal wel meevallen. Anders had je er nu nog last van."


Nu, vijf jaar later, willen we graag een tweede kindje. Het verlangen is er, maar de angst ook. De angst om weer zo ziek te worden. De angst om moeder te zijn, zwanger zijn, werken en partner zijn niet te kunnen combineren. De angst om opnieuw te twijfelen aan mezelf als moeder.


 


 


 


 


 


 


Misschien zijn er moeders die dit herkennen. Die ook een zwangerschap of kraamtijd hebben meegemaakt die anders liep dan gehoopt. Misschien zijn er meer moeders die met een dubbel gevoel naar een tweede kindje kijken. Die het verlangen voelen… maar ook de spanning in hun lijf.Herken jij iets van mijn verhaal? Of heb jij iets soortgelijks meegemaakt?
Ik zou het fijn vinden om dat samen te delen. Gewoon eerlijk, zonder oordeel.


 


 


 


 

83 x gelezen, 0

reacties (1)


  • Nog-even!

    Ik kan alleen maar zeggen: als jullie kiezen voor nog een kindje, zoek dan een verloskundige waar jij je wel veilig bij voelt en bespreek voor je zwanger bent met haar hoe jij je vorige zwangerschap en bevalling hebt ervaren.

    En vraag zodra je misselijk wordt Emesafene bij de huisarts. Dat kan echt een stukje helpen om de misselijkheid beter door te komen.